HERINNERINGEN VAN GEER REKOERT

Ooit was de Zandvoortselaan een onverhard pad naar Zandvoort, dat toen Sandevoerde heette. Een deel heette Aerdenhoutlaan. Aan onze kant heette het ook wel Gasthuislaan. Het pad was de scheiding tussen de landerijen die hoorden bij het Grote- of Elisabethsgasthuis, en de heerlijkheid Berkenrode. Dat hoorde toen dus niet bij de gemeente Heemstede, later wel.
Toen in Zandvoort Hotel Groot Badhuis gebouwd werd moesten de rijke Duitse gasten per koets naar Zandvoort kunnen. Daarvoor liet Groot Badhuis de weg verharden. Later is de weg voor één gulden overgedragen aan de gemeentes.
Voor de eerste wereldoorlog al werd Heemstede van (bollen)agrarisch en vooral wasserijdorp ook forensendorp voor Amsterdam. Aan het begin van de laan stonden drie bollenschuren en het koetshuis van het landgoed Oud Berkenroede.

Gezicht op de Haagsche Straatweg, nu de Herenweg. Tussen de bollenschuur en het
huis met het puntdak rechts (nu weg) liep een smal weggetje: de Zandvoortselaan!

Meer naar de Leidsevaart stonden kleine arbeidershuisjes en de boerderij en het café van Jansen. Er waren sloten met knotwilgen, en over de Leidsevaart was een kleine houten brug voor één wagen. Er was een spoorwegovergang met één boom.

De eerste nieuwbouw in 1912 was de rij huizen van nummer 31 tot 41. In 1913 werden de huizen 25, 27 en 29 gebouwd. In 1914 kwam daar elektriciteit en waterleiding. Gas was er al. In 1918 na de eerste wereldoorlog kocht de Noord-Hollandse Exploitatie Maatschappij de kwekerij Rozenburg met het woonhuis (daar is nu Dare Decoration), de bollenschuur en een groot stuk grond. Het woonhuis werd verbouwd tot winkel en in de bollenschuur kwam Hotel de Oude Beuk. Daarachter werd een garage met boxen gebouwd, huizen aan de Herenweg, Laan van Rozenburg en Amaryllislaan, en aan de Zandvoortselaan 2 villa’s. Achter het hotel stond een enorme beukenboom. Als kinderen zochten wij daar beukennootjes en we speelden op de dansvloer en in de rieten stoeltjes. De hôtelier heette Engel, hij had twee dochters, Toos en Mien.

Na 1930 verliep het hotel en Engel begon een wijnhandel in het pand waar nu Hart is. Later verhuisde hij naar de overkant en deed de zaak over aan Zeijlmaker. Nog later kwam Groenings er in. Toen die de zaak sloot werd het postkantoor en nu, in 2003, zit er een verzekeringskantoor in.
Toen Engel uit het hotel was werd het steeds gehuurd door mensen zonder geld die hun geluk beproefden. Tenslotte was het een NSB café, maar dat liep evenmin. Daarna, waarschijnlijk in 1937, werd het door aannemer Bakker verbouwd tot drie winkels. Hier en daar op zolder is de lambrisering van het hotel nog te zien.

In 1922 werd het winkelblok van 10 tot 28 neergezet. Mijn vader kocht de huizen 10 en 12 in de bouw. Naast ons, op 14 en 16, kwam kruidenier Jan Visser, met zijn zwager en compagnon Bert Jochemus. Op 18 woonde Jaap de Groot, een dames- en herenkapper, tevens sigarenwinkel.

Daarboven op nummer 20 woonde tante Annie Jochemus, een zuster van mevrouw Visser-Jochemus . Mijnheer Te Beest, de vader van Paul, woonde bij haar als commensaal. Hij werkte bij ‘De Geruisloze Weg’. Op 24, waar nu ’Southern Cross’ is, zat slager Akkermans, een vader met twee zoons.

Later begon de één een slagerij over het spoor, op het rijtje bij Albert Heijn, en de ander in het pand op de hoek van de Willem Klooslaan, waar nu Schmeink is. Daarboven woonde Voetberg de aannemer. Op 26 was ‘Drogisterij Kennemerland’ van de weduwe Stroijckens. Zij had vier kinderen: Aat, Annie, Bart en Joop. Als kinderen zeiden wij: Jopie Kennemerland. Op de hoek van de Laan van Bloemenhove zat een koude bakker, tevens lunchroom. In 1927 werd die zaak overgenomen door Piet de Vries. Hij hief de lunchroom op en bakte zelf. En hoe: het was de beste en schoonste banketbakker uit de hele regio.

Recht tegenover ons was het koetshuis van Oud Berkenroede, een pand van ongeveer 300 jaar oud. Het was oorspronkelijk een boerderij, die later tot koetshuis verbouwd was. De paardenruiven zaten er nog in. In 1927 annexeerde de gemeente Haarlem een deel van Heemstede. Sommige mensen wilden niet in Haarlem wonen en verhuisden. Zo ook de familie Kaars Sijpestein. Zij verlieten de villa Zuiderhout en kwamen op Oud Berkenroede wonen.
Jan Tromp werkte bij de familie als chauffeur. Van oorsprong was hij koetsier, maar toen mijnheer overging op een auto moest hij chaufferen leren. Hij stond bekend als de beste chauffeur van Heemstede. Hij wist de weg in heel het Europa van die dagen.
In wat nu de garage was stond een grote Minerva, met een gereedschapskist op de treeplank. Er was een open twositter voor de ‘juffrouw’, en een kleine Citroën voor dagelijks gebruik. Die Minerva was om te reizen.
Ik speelde daar vaak met Jan Junior. Het erf naar het grote huis was afgesloten met een poort met een klein deurtje er in. De grote poort ging niet vaak open, de auto’s reden meestal door de voortuin. Daar mochten wij niet komen, hoogstens een boodschap brengen in de keuken, waar een dikke keukenmeid zetelde met een paar dienstbodes. Er was ook een tuinman maar die vonden we niet aardig.
Rond 1934 overleed de heer Kaars Sijpestein. Jan Tromp erfde de auto’s en 25.000 gulden, dat was een kapitaal in die tijd. Tromp begon een taxi-garage met Jan Cassee, de chauffeur van wijlen de broer van Kaars Sijpestein. Toen al, in 1934, was er sprake van dat de bollenschuur van Q. van den Berg en garage Tromp gesloopt moesten worden. Daarom kocht baas Tromp Amaryllislaan 4 en 6 op de veiling. In die tijd stonden heel wat huizen leeg. Hij wilde in de twee panden een bedrijf beginnen, beneden garage en boven twee woningen, maar het mocht niet volgens het bestemmingsplan. Hij heeft nog naar de koningin geschreven, maar dat hielp niet.

Garage Tromp bleef dus op de Zandvoortselaan tot 1973, toen is het gesloopt.

Van Amaryllislaan 4 en 6 werden 2 beneden- en bovenwoningen gemaakt, het was te duur om een heel huis te bewonen. Bijna alle huizen in de Amaryllislaan en de aangrenzende lanen werden in tweeën of in drieën bewoond, in die slechte tijd. Nu zijn al die huizen verbouwd en opgeknapt, en woont er weer één gezin in.

In 1938 zijn de twee villa’s Zandvoortselaan 8 en Amaryllislaan 2 gesloopt door ene Bruinsma. Toen zijn daar de vier winkels voor in de plaats gezet, Zandvoortselaan 8, 8a, 8b en 8c. Toen ze klaar waren, brak de tweede wereldoorlog uit. Niemand durfde toen een winkelhuis te kopen. Uiteindelijk zijn ze geveild onder de bouwkosten. De geldschieter ging failliet.

De eerste winkel, nummer 8, stond leeg, in het bovenhuis woonde Jan Boon die geëvacueerd was uit IJmuiden. In de tweede zat de viswinkel van Groenings, in de derde kwam Jan Vos, een groenteboer.

De vierde, het hoekhuis, stond lang leeg. Toen Bentveld spergebied werd kwam Boer erin met zijn kruidenierswinkel.
Jaap de Groot was met zijn kapsalon verhuisd naar het pand nummer 2, waar nu Soporcel is. In de winkel die hij verliet kwam de familie Van Hoof met een sigarenwinkel. Na slager Akkerman kwamen eerst Peper en daarna Klingeman. In pand nummer 4 zat Wijnstroom de opticien. Naast hem was Bakkerij Te Nijenhuis. Aan de overkant op nummer 31 was het postagentschap van tante Coba van der Linden.

Zo ongeveer zag de Zandvoortselaan er tot vlak na de oorlog uit.

Eind 2003

Vond u het leuk over de geschiedenis van de Zandvoortselaan te lezen? Hebt u nog foto’s van de laan, of een huis? Of andere foto’s van de buurt? Bijzondere verhalen? Laat het ons weten! Dat kan per e-mail, uw gescande foto’s kunt u ook mailen.

Rekoert

Zandvoortselaan 10
2106 CN HEEMSTEDE

E-mail info@rekoert.nl

Wij verkochten:

Electrische huishoudelijke artikelen
Verlichtingsarmaturen
Lampen