HET KELDERTJE: DE VERBORGEN SCHATTEN VAN GEER REKOERT

Wie onze winkel binnenkomt, staat zonder dat hij er erg in heeft boven ons museum. "Het keldertje" heet het meestal in de familiemond. Hooguit drie bij vier meter is het, en nog geen twee meter hoog. Daar staat een groot deel van de verzameling van Geer Rekoert, als een afspiegeling van de geschiedenis van het bedrijf: trotseerloodjes, oude strijkijzers, een fornuis, gas- en elektrakacheltjes, historische gloeilampen, loodgietersgereedschap en nog veel meer. Het keldertje was oorspronkelijk de opslagplaats voor rommel en onverkoopbare waar. In de oorlogsjaren bewaarde Rekoert Senior er aardappelen en andere eetbare zaken in: toen zat er een groot hangslot op het luik! In 1966 heeft Geer alles eruit gegooid en is hij met de inrichting van het museum begonnen. Bij elk museumstuk is een verhaal.

Foto kelder Emil de Haas
Foto gemaakt door Emil de Haas
in de jaren zestig

De verzameling begon met de trotseerloodjes. Die worden gebruikt om de spijkers af te dekken waarmee het lood van dakbedekking wordt vastgespijkerd, zodat het niet gaat lekken. Ze bleven over bij een tentoonstelling uit 1956, bedoeld om Haarlemse scholieren te interesseren voor het loodgietersvak. Dat was ook toen al moeilijk!
In dit gedeelte van het land gingen de loodgieters die plakjes lood versieren. Ze zetten hun naam erop, en soms symbolen van het vak (het logo zou je tegenwoordig zeggen), en het jaartal.
Het oudste loodje uit de verzameling dateert uit 1707. Loodjes worden nog steeds gebruikt bij restauratie van monumentale gebouwen. Ook nu nog met naam, jaartal en logo. De Grote Kerk op de Grote Markt zit er vol mee. Rekoert heeft slechts één loodje met de eigen firmanaam erop, stammend uit 1964. Er is nu nu eenmaal weinig restauratiewerk aan monumenten in Heemstede.
Ook liggen er zo'n honderd jaar oude koevoeten. Die werden gebruikt om loden goten mee te solderen. Geer Rekoert zelf heeft er niet meer mee gewerkt, zijn vader wel. Verder is gereedschap om lood en leien mee te bewerken. Dit soort gereedschap wordt nog steeds gebruikt bij werk aan oude gebouwen. Er is een originele loodgieterstas, die nog het meeste lijkt op een plunjezak. Tot in de jaren vijftig was een loodgieter zo op straat te herkennen: hij droeg een manchester pak, een vest met heel veel zakjes voor alle leertjes en ringetjes, en die speciale tas.
Er hangen verschillende maten gietlepels, en er staat een bascule waar vroeger het materiaal op gewogen werd. Het meeste gereedschap komt uit het eigen bedrijf, waar het jarenlang werd gebruikt, en ten slotte vergeten in de werkplaats lag weg te roesten. Het werd door Rekoert "gered" en kreeg een waardig plekje in het keldertje. Maar ook vond hij dingen op markten, en hij kreeg ook nog wel eens iets van deze of gene.

Klik hier voor meer over het loodgietersgereedschap.

Als aandenken aan de beginjaren van het elektrisch licht hangen er twee grote, bolle gloeilampen in hun oorspronkelijke armatuur. In de jaren twintig kostte zo'n lamp 4,95, terwijl een werkman dertien gulden verdiende. Elektrisch licht was dus alleen iets voor rijke mensen!
Ook staat er de gasgeiser van de familie Dyserinck (merk Dyserinck!), uit 1918. Die stond gewoon open naast het bad, zonder afvoer.
En de rode lamp uit de donkere kamer van bioloog en buurtgenoot Jan P. Strijbos.
Er is een aantal porseleinen WC-trekkers, nu weer in de mode, en een rijtje krultangen, die in het vuur verwarmd werden. Dat leverde nog wel eens verbrande haren op!

En natuurlijk de bijna honderd oude strijkijzers. Die verzameling begon "per ongeluk", zoals zoveel verzamelingen, begin jaren 60. Toen kocht Geer een paar antieke strijkijzers, plus een bijbehorend komfoortje, om naast de moderne elektrische te etaleren. Hij ontdekte toen dat er heel veel verschillende waren. Vanaf dat moment ging hij elke maandagochtend, als de winkel toch dicht was, naar de Botermarkt, op zoek naar strijkbouten. Die waren in die tijd nog voor een gulden of een rijksdaalder te koop, bij een kraampje, of ook wel in een antiekwinkeltje. De verkopers wisten dat hij ze zocht, en bewaarden hun vondsten voor hem. Eerst stonden de bouten in de woonkamer op het dressoir, toen de verzameling groeide verhuisden ze naar de logeerkamer. Dat werd lastig, en zo richtte Geer het keldertje onder de winkel in als museum.

Klik hier voor meer over de strijkijzers.

En sinds kort heeft ook de verzameling oude scheerapparaten een waardige plek!
Klik hier voor meer over de scheerapparaten.

Boven in de winkel gaat de hang naar vroeger gewoon verder: de plank boven de kachel (die toch niet geschikt is voor winkelwaar vanwege de opstijgende warmte) staat vol broodroosters en waterkokertjes uit de jaren '20 en '30, er staat een foto van Gerard Rekoert Senior, de oprichter, en er ligt een stapel fotoboeken met foto's van vroeger en nu.

Heel wat keren heeft het keldertje in de krant gestaan. Klik hier voor de bijbehorende foto's.

Een groot gedeelte van dit verhaal is gebaseerd op het artikel van Kees Bals uit het Haarlems Dagblad, 1995

HOME